Printervriendelijke versieSend by emailPDF versieOp 11 april 1923 werd de Immanuelkerk in gebruik genomen. Samen met de naastgelegen pastorie ontworpen door de architect P.J. Houtzagers. De kerk werd aanvankelijk Soestdijksewegkerk genoemd. Pas op 1 april 1980 kreeg het gebouw de naam Immanuelkerk. Het is een symmetrische, west-oost gerichte, kruiskerk met ondiepe koren en transepten, in de stijl van de Amsterdamse School. De symmetrie wordt benadrukt door de toren en door de twee kleinere torens aan weerszijden van het koor. De architect heeft in het gebouw de nodige ‘misbaksels’ verwerkt. Dat zijn mondklinkers die tijdens het bakken te dicht bij de opening van de oven hebben gelegen en daardoor zijn kromgetrokken. De begane grond van de toren vormt de hoofdingang. Links naast de hoofdingang is een gedenksteen uit 1922.



Van binnen vallen de smalle verticale ramen op; en de spanten, niet alleen door de bogen, maar ook door alle balken die doen denken aan het bos tegenover de kerk (zoals bomen wel vaker kerkarchitecten inspireerden). De kerk is gemeentelijk monument.



Het kruis boven de paaskaars en het doek erachter zijn ontworpen bij de renovatie van 1991. De kerk kreeg een middenpad, met stoelen in plaats van banken. De kleuren zijn bedacht door kunstschilder Jan de Kok.



Het orgel is in 1963 gebouwd voor de Maranathakerk in Maassluis door de firma Romanus Seifert & Sohn. In 1998 is het verhuisd naar de Immanuelkerk.


De doopvont kwam op een achtkantige sokkel, verwijzend naar de acht mensen die door de ark van Noach werden gered; het deksel draagt een duif, die herinnert aan het verhaal van Noach en aan de doop van Jezus.
Ontwerper van de doopvont is Piet Schoenmakers, beeldend kunstenaar uit Roermond  (1919-2009).